Portfolio Perre Achterberg, startend journalist
Literatuurscriptie over Het Illegale Parool

In het voorjaar van 1940 wordt de Duitse houdgreep om Nederland steeds strakker. Na het bombardement van Rotterdam op 14 mei wordt de capitulatie getekend en al snel wordt er een censuur op de media gelegd. Het ANP wordt op 15 mei onder Duits toezicht gesteld. Op 17 mei volgen de omroepverenigingen en een week later verschijnt het eerste nummer van Volk en Vaderland, het weekblad van de Nationaalsocialistische Beweging (NSB). Het is de enige uitgave die nog wordt getolereerd door de bezettingsautoriteiten.

 

De Nederlandse pers ligt vanaf dit moment compleet aan banden. Het Duitse propaganda apparaat staat onafhankelijke berichtgeving immers niet toe. Maar er is verzet. Verschillende journalisten bemerken, onafhankelijk van elkaar, een gapend gat in de politieke voorlichting van het Nederlandse volk en al snel zien de eerste verzetsbladen het levenslicht[1]. Op 31 augustus 1940 verschijnt Vrij Nederland, later gevolgd door De Waarheid op 23 november 1940, Het (illegale) Parool op 10 februari 1941 en Trouw op 18 februari 1943(het NIOD heeft in totaal dertienhonderd verzetsbladen geïnventariseerd die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn verschenen). Dit gebeurt uiteraard in het geniep, want elke voor de Duitse bezetter ongunstige berichtgeving wordt vroegtijdig in de kiem gesmoord. Alle verzetsbladen hebben een regelmatige oplage, de organisaties zijn vaak behoorlijk omvangrijk met een raamwerk van drukkers en verspreiders dat landelijk opereert. In veel gevallen zijn journalisten de drijvende krachten achter de verzetskranten. Door hun journalistieke netwerk aan te wenden, kunnen publicaties tot in alle uithoeken van het land verschijnen…

 

Een van de bekendste verzetskranten is Het Parool, oftewel: de leus. De krant krijgt de ondertitel Vrij en onverveerd,

wat is overgenomen uit het Wilhelmus. De leus is dus wees vrij en onverveerd. Door te kiezen voor deze titel, laten de schrijvers duidelijk merken dat Het Parool een nationaal blad is, met een Nederlandse bodem, en zeker geen socialistisch verzetsblad. “Men zou roomsch en protestants, rood en conservatief moeten zien te vereenigen in den strijd tegen den bezetter”, zo werd gezegd tijdens de eerste redactievergadering[1]. Overigens was de naam al bedacht voor een ander blad. Frans Johannes Goedhart, journalist van Het parool en ook schrijver van de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen, wilde al vóór de bezetting een blad uitgeven, dat stelling zou nemen tegen de Nederlandse neutraliteitspolitiek en te “trachten enigszins te voorzien in de zo nijpend wordende behoefte aan politieke voorlichting.[2]Hoezeer Goedhart verbolgen was over de passieve houding van de Nederlandse politiek, zien we in de nieuwsbrieven die hij vrij snel na de bezetting zou gaan schrijven.

 

Het parool groeide tijdens de oorlog uit tot een landelijke verzetskrant. De krant bouwt vanaf februari 1941 voort op de nieuwsbrieven van Pieter ’t Hoen. In zowel de nieuwsbrieven als in Het Parool stonden veelal scherpe, licht spottende politiek commentaren, waarin overigens niet alleen de bezettingsautoriteiten op de hak werden genomen, maar ook de binnenlandse verstandhoudingen op scherp werden gezet. In een tijd dus, waarin het Nederlandse volk geen toegang had tot onafhankelijke politieke berichtgeving, zag Het Parool het levenslicht…


Meer lezen? Neem gerust contact met mij op!

De schoonheid van een multiculturele samenleving

De kloof tussen moslims en niet-moslims wordt door de toenemende populariteit van de PVV steeds groter. En dat moet veranderen, vindt  Nordin Ghouddani . Voornaamste doel van de Tilburgse lijsttrekker van de Nederlandse Moslim Partij (NMP) is dan ook te voorkomen dat de samenleving in tweeën splijt.

 

 

Tijdens de Europese verkiezingen, in de zomer van 2009, stemden 10.000 Tilburgers op de PVV. Het werd daarmee de tweede grootste partij. De PVV is hot en de NMP wil lijnrecht tegenover dit rechtse geluid een ander geluid laten horen. Nordin Ghouddani (32) werd in oktober 2009 door NMP voorzitter Henny Kreeft gevraagd om de Tilburgse kar te trekken. “Toen heb ik nee gezegd, want ik wist niet of ik de juiste man zou zijn. In november belden ze weer. Ik had nog steeds twijfels, maar dacht: why not. Dan was ik maar degene die iets moest doen voor de moslimgemeenschap, hoewel ik nog steeds niet wist of ik er wel klaar voor was.” Dat veranderde toen Ghouddani mocht spreken voor een volle moskee in Tilburg-noord. Het bleek een openbaring. “Ik moest voor 70 man het verhaal van de NMP vertellen en mensen reageerden meteen enthousiast. Zo van, wij moeten opstaan als moslimgemeenschap. Nu weten de mensen dat de NMP bestaat en moeten we ons gezicht laten zien. Dit is de NMP, dit is ons programma, als je vragen hebt kun je die stellen.”

 

De gemeenteraadsverkiezingen zijn al over drie weken. Omdat de NMP een erg jonge partij is – de partij werd in 2007 opgericht- moet er nog veel gebeuren om de partij bekendheid te geven. Daar is Ghouddani de afgelopen maanden erg druk mee geweest. Zichtbaar vermoeid kijkt hij dan ook uit naar 3 maart. Over een mogelijke zetel in de Tilburgse raad is Ghouddani bescheiden. “Als we één zetel halen, zijn we tevreden. Dan kun je al iets betekenen, heb je bestaansrecht. En dan heb je vier jaar de tijd om je achterban te vergroten. En als de PVV niet groeit, ben ik helemaal tevreden.” Het verkiezingsprogramma van de NMP lijkt er dan ook vooral op geënt de snelle opmars van de PVV te stuiten…

Meer lezen? Neem gerust contact met mij op!

TONEELMOEDER VAN ‘HET WERKTEATER’

 Ze wist van de kleinste rol een levensecht personage te maken. Elke zin en elk woord, - ze hebben diepe betekenis vanwege haar grote liefde voor theater -. Shireen Strookerzal tot in lengte van dagen bekend staan als medeoprichter van één van de grootste theatergezelschappen die Nederland ooit heeft gekend.

 

“Je mag er van Shireen best eens met de pet naar gooien, maar zorg dan wel dat het raak is”

 

“In de onmiddelijke nabijheid van Shireen bloei ik op, ik speel dan zóveel beter. Het is werkelijk goddelijk met haar op het toneel te staan.” Lieneke le Roux heeft nog steeds een warme band met haar toneelmoeder, wier leven onlosmakelijk verbonden is met het theater.

 

De inmiddels 72-jarige Shireen Strooker, geboren in Den Haag in 1935, leek heel even voor het theater verloren na de plotselinge dood in 2004 van haar echtgenoot Bram Vermeulen. De zanger en liedjesschrijver, die bekendheid verwierf met het cabaretgezelschap ‘Neerlands hoop in bange dagen’, waarvan ook Freek de Jonge onderdeel was, overleed in zijn slaap. Met zijn dood had ze het vooral in het begin erg moeilijk, maar gaandeweg pakte de actrice de draad weer op. Ze moet gewoonweg altijd iets om handen hebben. Stilzitten is er niet bij. Op dit moment is ze in Brazilië, waar ze de hoofdrol speelt in de Surinaamse film Afopagado, wat zoveel betekent als: met stomheid geslagen, onder regie van Pim de la Parra.

 

In 1970 richtte Shireen Strooker samen met andere acteurs ‘Het Werkteater’ op. De groep voegde een nieuwe dimensie toe aan het theatervak. Het nieuwe gezelschap viel vooral op doordat de acteurs tijdens optredens een groot gevoel voor improvisatie aan de dag legden…

Meer lezen? Neem gerust contact met mij op!

“Voor mij werd een topfunctie gecreëerd”

Een prima baan bij hightechbedrijf ASML zegde hij op. Om te investeren in zijn cv en om een carrièrekoers uit te stippelen. Na anderhalf jaar rondde hij een loodzware MBA studie aan de prestigieuze TIAS Nimbas University met succes af. Alles stond in het teken van zijn carrière. Aan het einde van de rit belde zijn oude werkgever weer op. Of hij terug wilde komen. Nu werkt Aram Daal (30) direct onder het management van ASML. “Als je zeker weet wat je wilt, dan moet je een risico durven nemen.”


De werkgevers stonden zeker voor jou in de rij?

“Nou, dat viel aanvankelijk nog wel mee. De telefoon bleef angstvallig stil. Pas nadat ik mijn cv op allerlei vacaturesites plaatste, begon het balletje te rollen. Toen nam ook ASML, mijn oude werkgever contact met me op. Inmiddels was ik ook in gesprek met twee andere bedrijven. Die zeer serieus waren en allebei een aantrekkelijk aanbod deden.  Maar toen ik hoorde dat ASML speciaal voor mij een functie wilde creëren, was de keuze snel gemaakt.”

 

Heb jij dan nu je droombaan?

“ja (begint breeduit te lachen). Dat kun je wel zeggen. Ik wil geen cijfers noemen, maar het salaris is goed. Heel riant. Mijn vriendin en ik zijn gelijk op huizenjacht gegaan toen ik het contract tekende. Ik mag een auto uitzoeken van de zaak. Er zijn een heleboel doorgroeimogelijkheden. Deze baan is voor mij echt een gouden kans en als je een dergelijke kans krijgt, bij zo’n groot bedrijf, met zo’n grote naam, dan moet je ‘m grijpen. Die komt namelijk maar één keer langs.”

 

Wat ga je precies doen?

“Ik word de nieuwe marktanalist van ASML. Wij maken machines die computerchips kunnen maken. Het is de bedoeling dat ik ga voorspellen wat de markt morgen gaat doen. Ik word de rechterhand van de directeur van de marketingafdeling en verwacht veel te maken te krijgen met de directie.”

Dat klinkt als een veelbelovende baan?

“Ja, dat is het ook. Ik mag mijn handjes dichtknijpen. ASML wilde mij graag hebben. Dat ze deze functie speciaal voor mij hebben gecreëerd heeft mijn ego natuurlijk een enorme boost gegeven. Maar eerlijk is eerlijk, ze kenden me al. Ik heb bijna twee jaar voor ASML gewerkt voordat ik aan de MBA business begon. Ze hielden me in de gaten als iemand met ‘high potential’, zoals ze dat noemen.”…

Meer lezen? Neem gerust contact met mij op!

“De soepbus is voor de meeste daklozen de enige kans op een warme maaltijd”

De soepbus; een initiatief van het Leger des Heils om daklozen van de basisbehoeften te voorzien. Daklozen die niet geholpen kunnen of willen worden. Vrijwilligers brengen drie dagen per week soep en brood rond op vaste plekken. Als het koud is vaker. Vrijwilliger Hans (45) legt uit: “In de winter is het moeilijker om aan eten te komen en beschut te blijven. We moeten dan wel vaker de helpende hand bieden.”

De soepbus gaat niet onopgemerkt voorbij, op deze koude woensdagnacht in januari. Ongeveer veertig daklozen staan op een winderig plein in Amsterdam te wachten. Het is extra druk, weet Hans te vertellen, terwijl hij zijn fleecejas tot aan de kin dichtritst. Hij is al zeven jaar chauffeur van de soepbus. Alsof er nummertjes zijn getrokken wachten de daklozen op hun beurt. De winteropvang, een gratis opvang van het Leger des Heils, is sinds deze week gesloten. Het is een tijdelijke en extra opvang voor daklozen, om de koudste dagen te overleven. “Daklozen zonder regelmatig inkomen zijn dus weer op de koude straten aangewezen”, zegt Hans met een vertroebelde blik. “De soepbus is voor de meesten de enige kans op een warme maaltijd en daarnaast kunnen daklozen even hun verhaal kwijt.”…

Meer lezen? Neem gerust contact met mij op!